Geschiedenis

De Matanze is ontstaan uit een 17e eeuwse, of nog oudere, boerderij. In 1680 wordt in de eerste verkoopakte, gesproken over een 'spieker'. Met spieker, afgeleid van het latijnse spicarium dat graanschuur betekent, werd oorspronkelijk de, soms versterkte, opslagplaats bedoeld waar dat deel van de oogst werd opgeslagen die de eigenaar als pachtsom in natura toekwam. Spiekers komen we voornamelijk tegen in Overijssel en oostelijk Gelderland. De eigenaren hadden veelal op hun erf met spieker ook een 'herenkamer' waar zij zomers dagen door konden brengen. In de loop van de tijd gaat de naam spieker over op deze heerschapskamer of werd gebruikt voor een eenvoudig buitenhuis zoals ook de matanze.

1622

Registratie van een edelmanswoning hofstede Rederingsgoet. Het wordt bewoond door de familie Laer en het wordt ook wel het 'Van Laersgoet' genoemd.

 

1628/1629

Piet Hein verovert de zilvervloot in de baai van Matanzas in Cuba. In opdracht van de West-Indische Compagnie komt hij weer terug in Nederland in 1629. De zilvervloot werd verdeeld onder de aandeelhouders, destijds onder andere gevestigd in Deventer. Een van deze aandeelhouders en de admiraal die met Piet Hein meevoer stichtten met een deel van de opbrengst Landgoed Matanze. Het oude redingesgoet wordt met dit geld verbouwd en krijgt de naam Baja de Matancas.

 

1681

Het landgoed wordt beschreven als boerenwoning met boomgaard en spieker genaamd Baja de Matancas

 

1686

Weduwe Euphemia ter Borgh-Heydentrijck koopt 'de Matance'. Ze gebruikt het als buitenhuis. Het goed wordt door pachters gebruikt, die daar een pachtsom voor betaalden. Deze worden hulders genoemd.

 

1713

Euphamenia ter Borgh-Heydentrijck overlijdt en haar zoon Bernhard Heydentrijck wordt eigenaar. Hij vergroot 'de Matance'met weides en landerijen.

 

1738

Bernhard overlijdt en zijn dochters Maria Henrika ter Borch en Bernhardina Henrica ter Borch erven het.

 

1774

Deventer burgemeester Sibrand de Schepper blijkt eigenaar geworden te zijn. Zijn vrouw Geertruid de Schepper staat ook in hulderschapsakten.

 

1788

Het huis blijkt in een rechthoekige vijver te staan, niet in het midden van de waterpartij, maar aan de zuid-westelijke zijde hiervan. De rechthoekige aanleg wordt doorsneden met lanen die het terrein onderverdelen. Er is een oprijlaan, een grote dwarslaan en de vorm van de vijver en het halfcirkelvormige voorplein komen ook op latere kaarten voor.

 

1802

Geertruid de Schepper- Bruiningh overlijdt en het landgoed gaat over op haar zoon Barthold de Schepper. Hij is ook een deventer burgemeester.